Op bezoek bij de narcos in Medellín

Medellin2

Ik ben een Netflix fan. Net als zo'n 2 miljoen andere Nederlanders Knipogen. Hoewel ik meer van het genre Homeland en The Killing ben, heb ook ik me aan de serie Narcos gewaagd. Bloedstollend. En niet omdat ik het een spannende serie vond. Het leven van Pablo Escobar is immers al geschreven. Bloedstollend, omdat het gaat over échte mensen. Over pech en simpel geluk. Op het juiste moment ergens zijn. Het gaat over een mens met twee gezichten. Extreem gewelddadig. Narcistisch. Hebzuchtig. En tegelijk een held voor velen. Een soort Robin Hood, opkomend voor de minder bedeelden. In een stad waar in de jaren 80 de armoede bijna aan te raken was. Dat dreef Pablo Escobar. Dát en die hebzucht. De serie Narcos laat die twee gezichten goed zien vind ik. Maar waar ik het nóg meer gezien, gevoeld en gehoord heb, was in de stad waar zijn leven zich afspeelde. De kern van zijn imperium. Medellín

Pablo 2

Medellín: Escobars stad. Medellín is niet bepaald een stad die boven aan mijn bucketlist stond. Bezienswaardigheden zijn er nauwelijks en echt veilig scheen het er ook niet te zijn. Op doorreis in Colombia kwamen we er langs. Nu we er toch zijn. Dat. Uiteindelijk zijn we er een week blijven hangen. Voor een plattelandsmeisje als ik ben, zegt dat veel. Medellín heeft iets. Iets ongepolijsts. Rauws. Je voelt er een mix van hoop gericht op de toekomst en een kracht gebaseerd op het oude. Op overleven. De tijd van Pablo Escobar. Feitelijk zijn er in Medellín twee kampen; vrienden en vijanden. Waarbij die vijanden dat niet zijn omdat ze niet ergens bewondering voelen voor de beste man. Dat voelt iedereen. In Medellín. Het vijandschap is meer gestoeld op een ethische overtuiging. Zo hoort het niet. Mag het niet en gaan we niet met elkaar om. En dat is natuurlijk prima. Het heeft alleen niets te maken met ook daadwerkelijk vóelen dat geen enkel doel de middelen heiligt die Pablo verkoos. Ik denk echt dat er niemand van de 2.5 miljoen inwoners in Medellín is die niet op een bepaalde manier van Pablo Escobar houdt. Hem verafschuwt en bewondert tegelijk. Oprecht niet. Jong, oud, rijk, arm. De man heeft een soort cult status verworven. Vergelijkbaar misschien met wat je in China tegen komt als je mensen vraagt naar de tijd met Mao Zedong. Of als je aan bepaalde groeperingen in Rusland vraagt hoe ze tegen Stalin aan kijken. Moordenaars eersteklas. Machtswellustelingen waarvan iedereen begrijpt dat ze psychisch ziek waren. En toch. Toch ontstaat er een cult omheen en zien mensen alleen nog dat wat ze willen zien. Ook in Medellín. Het blijft Pablo´s stad. Plekken als zijn graf, het huis waar hij jaren woonde, het dak waarop hij in 1993 neer geschoten is, worden op een bepaalde manier nog steeds onderhouden. Bewaakt. Vanuit een soort eergevoel en dankbaarheid. Misplaatst of niet. Pablo is van ons, van het volk. 

Medellin 2

Ik heb echt met verbazing geluisterd naar de locals die Pablo adoreren. Naar de vorm van cognitieve dissonantie die ze, bijna bewust, hanteren. We doen alsof het er niet is, niet is gebeurd en dan is dat ook zo. Dat. Voor mij als buitenstander is dat bizar. Ik bedoel, Pablo wordt direct gelieerd aan maar liefst 8.000 moorden. 8.000! Het werkelijke getal zal waarschijnlijk nog vele malen hoger liggen. Robin Hood of niet, niets rechtvaardigt voor mij zoiets. Niets. Maar hé, wat weet ik er uiteindelijk van? Ik leefde niet in het Medellín van de jaren 80. Ik had een dak boven mijn hoofd, veiligheid, elke dag te eten. Misschien doet het ontbreken van dat soort primaire zaken vreemde dingen met je. Een oordeel vormen van buitenaf is zó makkelijk. Ik weet alleen maar dat Medellín me intrigeerde. Dat het een rauwe, eigen hart heeft, wat gebouwd is op de nalatenschap van Pablo Escobar. En dat dát alleen al een bezoekje aan deze stad meer dan de moeite waard maakt.

Vertel, ben jij al eens in Colombia en misschien zelfs wel Medellín geweest? Hoe kijk jij hier tegen aan?

Alle reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst